PRAKTIJK VOOR INTEGRATIEVE KINDERTHERAPIE               
 


Integratieve kindertherapie is een kindgerichte en kortdurende vorm van psychotherapie voor kinderen in de leeftijdsfase van 4 tot 12 jaar. Hoewel therapie zwaar klinkt, is integratieve kindertherapie laagdrempelig en sluit het aan bij de belevingswereld van het kind. 

Elk kind is uniek waardoor de begeleiding voor elk kind weer anders is en het voor ieder kind een eigen proces is. Ik ga uit van de deskundigheid van het kind zelf, hij of zij kent zichzelf tenslotte het best. Dat is ook de reden dat het kind centraal staat, ik als coach ondersteun het kind bij de zoektocht naar zijn of haar unieke oplossingen. Het zelfhelend en het beeldend vermogen van het kind wordt aangesproken tijdens een coachingstraject.

Hoe komen we nu bij die unieke oplossingen?

In de integratieve kindertherapie ga ik eerst samen met het kind op zoek naar de klacht van het kind, hierbij richt ik me op de klacht aan de ‘binnenkant’. Het kind toont zijn of haar binnenwereld aan mij door samen te spelen, te praten, verhalen te vertellen, te verkleden, zwaard te vechten, te tekenen en al het andere wat het kind graag wil doen. Het kind heeft hulpbronnen in zich en ik ondersteun hem of haar hierin om deze te (her)ontdekken. Dit zal op bewust en op onbewust niveau de mogelijkheden activeren om veranderingen mogelijk te maken.

In de therapieruimte maakt ieder kind zijn of haar eigen keuzes. Sommige kinderen beginnen direct met verkleden, andere gaan knutselen of met knuffels spelen. In de praktijk kan alles, waar het uiteindelijk om gaat is dat het kind weer controle krijgt over zijn klacht. Hierdoor wordt de belemmering weggenomen zodat het kind  vrij kan groeien en ontwikkelen en vooral weer gelukkig kan zijn! 


Voor wie is integratie therapie?

Voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar die op een bepaald moment in hun leven een extra steuntje kunnen gebruiken. Denk hierbij aan kinderen die...

·      gepest worden 

·      bang zijn 

·      verdrietig zijn 

·      niet kunnen slapen of nachtmerries hebben 

·      vaak ruzie hebben 

·      veel boos zijn 

·      faalangst hebben

·      weinig zelfvertrouwen hebben

·      emotionele problemen hebben (vb te verlegen zijn of vaak heel zenuwachtig zijn) 

·      buikpijn, hoofdpijn en andere pijnen hebben waarbij een lichamelijke oorzaak uitgesloten is. 

·      sociale problemen hebben (vb geen vriendjes hebben of behouden) 

·      weinig zin in school of andere schoolproblemen hebben

·      heimwee hebben

·      veel conflicten hebben met broertjes en zusjes.